Cookies van Travelution
Deze website maakt gebruik van cookies om zo goed mogelijk te functioneren en de gebruiker de beste ervaring te bieden.

deel  

31 mei 2017
Nieuwe cao voor de reisbranche een feit

 

De ANVR is met vakbonden FNV, CNV Vakmensen en Vakbond de Unie een nieuwe cao voor de reisbranche overeengekomen. De cao gaat met terugwerkende kracht in per 1 november 2016 voor de duur van 24 maanden, dat wil zeggen tot 1 november 2018. De cao is inmiddels aangemeld bij het ministerie van SZW.

De ANVR is positief over de uitkomst die er nu ligt. “De onderhandelingen om tot een passende cao voor de hele reisbranche te komen zijn tamelijk complex geweest. Maar dankzij de goede samenwerking tussen ANVR en de bonden is er een goed akkoord bereikt, ” aldus Frank Radstake van de ANVR die de cao-onderhandelingen namens werkgevers in de reisbranche coördineert.

“De meest opvallende uitkomst in de nieuwe cao is dat de lonen op 1 juli 2017 met 1,5% stijgen en dan nog eens met 1,5% op 1 juli 2018. Daarnaast hebben partijen besloten een nieuwe pensioenregeling te ontwikkelen die per 1 januari 2018 in moet gaan. Zo’n nieuwe en moderne pensioenregeling moet passen bij de toekomst van de reisbranche en mag niet duurder uitvallen dan de huidige, hebben cao partijen afgesproken. Ook is vastgesteld dat deze nieuwe cao de laatste in deze vorm is. De looptijd van deze cao wordt gebruikt om afspraken te maken over verregaande modernisering. Voor de ANVR is het belangrijk dat de volgende cao korter, begrijpelijker en voor de verschillende sub-branches geschikt moet zijn. Gedacht wordt daarbij bijvoorbeeld aan een modulaire opbouw”.

“Tot slot geldt ook in deze nieuwe cao voor de reisbranche het vorig jaar ontwikkelde artikel 7, waarin de uitzonderingspositie voor seizoenswerkers is vastgelegd. Daarmee is het mogelijk om af te wijken van de Wet werk & zekerheid voor specifiek seizoensgebonden arbeid. De wachttijd tussen twee contracten bedraagt dan niet meer een periode van 6 maanden, maar drie maanden. Er ontstaat zo meer flexibiliteit aan de kant van de werkgevers over de inzet van seizoenswerkers en daarmee meer ruimte voor die mensen zelf om ingezet te worden”, zegt Radstake.